Fogelsangh-State Veenklooster kleurt oranje

zo. 14 oktober · 00:002012 · 00:00 · Archief RTV NOF

In het voorbijgaan kan het de passant niet ontgaan. De twee grote perken voor de state staan er oranje gekleurd bij. Beetje laat na het EK-voetballen zal men denken.

In het voorbijgaan kan het de passant niet ontgaan. De twee grote perken voor de state staan er oranje gekleurd bij. Beetje laat na het EK-voetballen zal men denken. Niet is minder waar, de Afrikaantjes staan in de rozenperken met een bijzonder doel.

Wanneer rozen lange tijd achtereen op een zelfde plaats staan, treedt er op een gegeven moment een vorm van bodemmoeheid op. Dit wordt veroorzaakt door microscopisch kleine organismen, aaltjes genaamd. Deze minuscuul kleine wormpjes parasiteren op de wortels van de planten, in dit geval de rozen, en tasten deze zo aan, dat de planten geleidelijk afsterven. Planten die op deze manier gastheer zijn voor aaltjes worden waardplanten genoemd, net zoals andere planten waardplant kunnen zijn voor de rupsen van prachtige dagvlinders. De brandnetel is daarvan een bekend voorbeeld. Ga je de zieke planten vervangen door nieuwe exemplaren, dan is mislukking bij voorbaat zeker, omdat de aaltjes in de bodem een sluimerend bestaan leiden, tot het moment, dat ze weer een nieuwe waardplant in hun omgeving bespeuren. Dan komen ze tot leven en gaan ze ook de nieuwe planten ondermijnen.

Gewasbescherming
Afrikaantjes, en dan vooral de gewone kleine Afrikaantjes, hebben inmiddels naam gemaakt als het gaat om een natuurlijke, milieuvriendelijke gewasbescherming. Deze plantjes geven namelijk vanuit hun wortels stoffen af, die de in de bodem aanwezige aaltjes tot leven wekken, maar vervolgens een wisse dood doen sterven, omdat het Afrikaantje toch niet de geschikte waardplant is die de aaltjes nodig hebben. Om effectief te zijn moeten Afrikaantjes tenminste drie maanden onafgebroken kunnen groeien op de aangetaste bodem. Het aanplanten van alleen een randje Afrikaantjes is niet nuttig, want dan zullen de aaltjes alsnog op zoek gaan naar de waardplanten in de buurt. Daarom moeten Afrikaantjes in het geval van bodemmoeheid helemaal opgenomen worden in de zogenaamde vruchtwisseling. Dat is de opeenvolging van gewassen door de jaren heen, zoals die vooral in de biologische tuinbouw wordt toegepast. Een Afrikaantjesjaar maakt de bodem dus pas echt gezond.

Nu wordt het wel tijd om eens wat meer te weten te komen over die Afrikaantjes, want ze zijn  heus de moeite waard, ook gewoon voor in de tuin. Het is bovendien erg leuk om zelf Afrikaantjes te zaaien, omdat het bijna altijd lukt om er mooie planten van te krijgen. Dus spoedt u naar een winkel die zaden verkoopt, zoals De Kruidhof, of kijk op het internet voor mooie natuurlijke soorten, zoals de prachtige Tagetes tenuifolia, het sterafrikaantje. En dan aan het zaaien: eerst in een kweekbakje op de vensterbank in huis of in een serre of kasje als u daarover beschikt. De zaadjes moeten bijna boven op de grond liggen om te kiemen, dus een beetje fijn zand erover, maar niet meer. Wees matig met water, maar laat het zaaisel niet helemaal uitdrogen. Zo gauw de plantjes meer dan twee kiemblaadjes hebben, kunt u gaan verspenen: ieder plantje krijgt daarbij een eigen potje. Zorg ervoor, dat u de worteltjes daarbij heel houdt en maak het kluitje nat voordat u het in het potje zet. Gewone potgrond is best, een beetje zand kan er wel doorgemengd worden om het wat losser te maken.

Afrikaantjes houden van zon. Ze komen oorspronkelijk uit de subtropische en tropische regio’s van Midden-Amerika, vooral uit Mexico. Eigenlijk zouden ze dus Mexicaantjes moeten heten, maar dat is ze niet gegeven. Verwent u ze dus met een plaatsje in de zon. U kunt ze daar planten vanaf eind mei, wanneer de kans op nachtvorst voorbij is. De hele zomer, tot het  weer gaat vriezen, kunt u van de schitterende kleuren van uw Afrikaantjes genieten, van diepgeel en oranje tot vuurrood. Ze zijn er in allerlei schakeringen. De kleine Afrikaantjes, Tagetes patula nana, wordt maximaal zestig centimeter hoog, het grote Afrikaantje, Tagetes erecta, kan meer dan negentig centimeter hoog worden. Als u het over uw hart kunt verkrijgen om al vrij vroeg tijdens de groei de top eruit te breken, dan gaan de planten zich prachtig vertakken en worden het hele bossen, vooral op de wat lichtere grondsoorten. Tagetes voelt zich trouwens toch het beste thuis op de wat lichtere bodems. Op de zware klei en in de schaduw komt het gewas niet echt tot zijn recht. Van de al eerder genoemde enkelbloemige Tagetes tenuifolia, kunt u prachtige bloeiende haagjes maken, die ook mooi uitkomen voor een zuid- of westmuur.

Voetverzorging
Overigens krijgen niet alleen rozen schone voeten van Afrikaantjes. Er wordt een essentiële olie gewonnen uit Tagetes, die u kunt gebruiken voor de verzorging van uw eigen voeten. Met name tegen eelt en likdoorns kan het helpen om geregeld met deze olie aan te stippen. Ook geneest Tagetes-olie voetschimmels en verdrijft ze nare voetengeur. U kunt de olie daarvoor ook toevoegen aan een voetenbad. Overigens moet u wel voorzichtig zijn met het gebruik van Tagetes-olie, want deze kan een fototaxische reactie oproepen: verbranding onder invloed van zonlicht.  In India wordt uit de Tagetes patula een parfum gedistilleerd, op basis van sandelhoutolie, de zogenaamde “Attar genda”. Jonge blaadjes van Afrikaantjes kunnen een kruidig aroma, dat aan citroen doet denken, geven aan gebak, marinades en likeuren. Een variant van de Tagetes, Tagetes lucida, is ook wel bekend als Mexicaanse dragon of yauhtli, een kruid dat de Huichol indianen roken en als thee drinken tijdens hun ceremoniën. Dit bevordert het krijgen van visioenen, maar heeft ook een kalmerende werking op de maag.

© Eigen foto

Heb jij nieuws of een opmerking? Stuur de redactie een WhatsApp.
Stuur je tip, video of foto's naar:
0511-441202 of nieuws@rtvnof.nl.