Frysk onderwijs en de nieuwe kerndoelen: “Ambisjeus, mar útgongspunt is om doelen mei-inoar te ferbinen”
DE WESTEREEN – “Welke dag is het nou? Vandaag vraag ik het aan…” de blik en wijsvinger van juf Geeske Dijkstra gaan zingend de klas rond. “… jou!” Ze stopt bij een blonde kleuter aan haar linkerzijde. “Woansdei”, klinkt de ietwat onzekere stem. “Tongersdei”, roept een ander vastberaden. “Freed!” “Moandei!” Het grote raden is begonnen. “Nee, juster wie it moandei”, zegt Dijkstra. Ze wacht geduldig af.
Kerndoelen
Vanaf 1 augustus 2026 treden de nieuwe Friese kerndoelen taal en cultuur voor basisscholen en de onderbouw van middelbare scholen in werking. Al in 2014 kreeg de provincie van het Rijk de unieke bevoegdheid om zelf over het Friese onderwijs te beslissen. Nu, in 2026, wordt na een lange testfase, vele aanpassingen en vergaderingen met partners, voor het eerst door de provincie een volledige vernieuwing van de kerndoelen doorgevoerd.
En dat is nodig. Niet alleen voor het Fries, maar ook voor andere schoolvakken. Door het onderwijs eigentijds te houden, wordt de overgang van basis- naar voorgezet onderwijs soepeler, en bestaat er samenhang tussen vakken. Scholen krijgen tot en met 2031 de tijd om de nieuwe kerndoelen een plekje te geven. Het uiteindelijke doel: alle leerlingen op Friese scholen leren en begrijpen de Friese taal.
Friese dag
Het is dinsdagochtend half negen. Op IBS ’t Pompeblêd in de Westereen betekent dat de aftrap van de Friese dag. De drietalige school werkt hard om kinderen zoveel mogelijk aan te spreken in diens memmetaal. Op dinsdag gebeurt het voeren van kringgesprekken, maken van opdrachten en lezen of voorlezen van boeken voornamelijk in het Fries. Op woensdag is de voertaal Engels. Dan komt een native speaker langs die de school ondersteunt en enkel Engels spreekt: Miss Margaret. Dijkstra barst in lachen uit. “Se hjit eins gewoan Grytsje, hear.”
Zodra alle elf kleuters zich in een kring hebben geïnstalleerd, pakt Dijkstra een groot, Fries prentenboek van de plank. Joazefine fiert fakânsje, luidt de titel. Het onderwerp: een koe die het spuugzat is om haar vakantiedagen op de boerderij te moeten doorbrengen. “Se hat ek in koffer by har. Wat soe dêr yn sitte? Wat nimst mei op fakânsje?”, vraagt Dijkstra. “Auto’s”, klinkt het vanuit de ene hoek, “In bal mei Spider-Man derop”, vanuit de andere.
Verandering
“Wat der feroaret is dat taal en ynhâld mear mei-inoar ferbûn wurde”, vertelt Bernadet de Jager, projectleider van Taalplan Frysk 2030 bij onderwijsorganisatie Cedin. In samenwerking met (onder andere) de provincie Fryslân, werkt Cedin sinds 2018 aan de ontwikkeling van de nieuwe kerndoelen Friese taal en cultuur. Taalplan Frysk 2030 helpt scholen om de doelen te implementeren. “It learen fan de taal wurdt fan no ôf de hiele tiid ferbûn mei nijsgjirrige ûnderwerpen. It giet net allinnich mar oer toetsen helje, mar folle mear oer it brûken fan de taal.” De kerndoelen worden onderverdeeld in domeinen die aandacht besteden aan Friese taal en Friese cultuur. Dat laatste is nieuw in het primair onderwijs. De Jager: “Wy wolle learlingen meijaan om nei te tinken oer wat de taal foar harren en foar oaren betsjut, yn de Fryske kultuer en de mienskip dêr’t wy yn libje.”
De kerndoelen zijn ambitieus. “It liket in hiel soad”, geeft De Jager toe, “mar ús útgongspunt is om de doelen mei-inoar te ferbinen.” Uit de beproevingsfase blijkt dat leraren daar in de praktijk goed in slagen. “Ast it bygelyks hast oer Fryske kultuer, dan brûkst dêr Fryske teksten foar. Ien dêrfan kin in gedicht wêze. Hâld in presintaasje yn it Frysk, of besykje in iepenloftspul.” Het taalonderwijs wordt op deze manier betekenisvol gehouden, vindt De Jager, “want it giet altyd earne oer”.
Drietalig
’t Pompeblêd certificeerde zich in 2025 opnieuw als drietalige basisschool. Met behulp van adviseurs van Cedin, die de school begeleidden bij het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs in het Nederlands, Fries en Engels.
Esther van der Heide geeft les op ’t Pompeblêd en hielp mee om het drietalige onderwijs stevig te verankeren. “Fan de kleuters ôf wurde de bern al yndield op nivo, en fan groep 4 ôf wurdt der ek konkreet wurke neffens de kearndoelen”, vertelt ze. Docenten bekijken aan de hand van de doelen welke materialen en ideeën het best in een groep passen. In een dorp als de Westereen, waar het Fries een grote rol speelt in het dagelijks leven, is het extra belangrijk voor kinderen om de taal goed te leren begrijpen. “Bern komme der sa folle mei yn oanrekking,”, gaat Van der Heide verder, “dan moatte se witte hoe’t se it goed brûke kinne.”
“Alle talen meie der wêze”
“Ik switch de hiele dei troch tusken Nederlânsk en Frysk.” Dijkstra houdt het overzicht op een zonnig schoolplein waar alle kleuters rondrennen en spelen. Na het voorlezen kunnen de kinderen uitgebreid bijkomen van het stilzitten. Twee van hen scheuren in rap tempo achter elkaar aan, anderen keren de zandbak ondersteboven en een jongen zwoegt om een driewieler vooruit te bewegen. Twee klasgenoten rusten ondertussen prinsheerlijk op de achterbank.
Dijkstra merkt dat, ook de kinderen die van huis uit geen Fries spreken, in de loop van de tijd groeien in het Friese onderwijs. “Dat is moai om te sjen”, meent ze. “Meartaligens heart by de nije maatskippij. Alle talen meie der wêze.” Dat het Fries een plekje heeft en houdt op basis- en middelbare scholen, vindt ze belangrijk. “It is in stikje kultuerbehâld. De taal past by ús identiteit en it wa-bin-ik gefoel.”
Fries op de middelbare school
Het is half twee ’s middags als de leerlingen van 5 VWO een klaslokaal van het Leeuwarder Lyceum binnendruppelen voor hun wekelijkse blokuur Fries. “Neffens my kinne wy begjinne”, zegt docent Albertina Soepboer wanneer iedereen, na menig tafel te hebben verschoven, een plekje heeft gevonden.
Soepboer geeft les aan de bovenbouw. In de klas van vanmiddag gaat dat om 25 leerlingen: absoluut uniek, vindt ze. Deze ene klas bestaat uit meer leerlingen dan het totaal dat in 2025 op VWO-niveau examen deed in het vak Fries. Er is echter sprake van een positieve trend. Dit jaar doen een recordaantal leerlingen verspreid over de hele provincie en verspreid over alle niveaus examen in het vak. In 2025 ging het nog om 147 leerlingen, nu om 200.
Verschillen
De niveauverschillen in haar klassen zijn groot, merkt Soepboer. Ze vindt het daarom lastig om algemene uitspraken te doen. “De measte learlingen dy’t net Frysktalich binne, hearre Frysk op de sportklup. Dêrom begripe se it wol. De kennis fan Frysk komt dan faak net fan de basisskoalle of fan thús, mar fan de omjouwing.” Leerlingen die wél een fundering hebben gelegd op de basisschool, hebben ook eerder aanleg voor schrijven in het Fries op de middelbare, ziet Soepboer. Ook zijn dat de leerlingen die uit een dorp komen en “in pake, beppe, heit en mem hawwe dy Fries prate”.
Als het aan de provincie Fryslân ligt, zijn die grote niveauverschillen binnenkort verleden tijd. “De kearndoelen wiene yn it fuortset ûnderwiis earst splitst yn memmetaalsprekkers en net-memmetaalsprekkers”, vertelt De Jager. “Yn ‘e praktyk hoechst it ûnderskied net mear te meitsjen as learlingen al foarskoalsk en yn it primer ûnderwiis foldwaande oanbod Frysk krije. Fansels bestiet der in ferskil tusken memmetaalsprekkers en net-memmetaalsprekkers, mar it útgongspunt fan it nije kurrikulum is dat elke learling groeie kin.” Met goede input en door al op jonge leeftijd te beginnen met het leren van Fries, denkt De Jager dat de uiteenlopende niveaus steeds dichter naar elkaar toe zullen bewegen.
Dat is van belang wanneer de leerlingen uiteindelijk beginnen aan hun eindexamens. Naast de kerndoelen voor de onderbouw van het voorgezet onderwijs, worden ook de eindtermen van het centraal examen Fries vernieuwd. Op basis daarvan geeft de bovenbouw van het middelbare onderwijs vorm aan de Friese lessen. De nieuwe examenprogramma’s zullen de nadruk leggen op communicatie, interactie en cultureel erfgoed. In september worden de definitieve concepten aangeboden aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Ontheffingen
Het behoud en het verbeteren van Fries onderwijs houdt naast docenten, scholen en provincie, ook leerlingen bezig. Nynke, Meike en Isa krijgen les van Soepboer, maar werken voor het vak Onderzoek en Ontwerpen aan een Fries project. “Wij willen een ideale les voor de basisschool ontwerpen”, vertelt Meike. En dat betekent: een les die verder gaat dan het kijken van een filmpje, iets wat de meiden zelf in het primair onderwijs ervoeren. “Je hoefde niet eens op te letten”, vult Isa aan.
“Slechts 26% van de basisscholen voldoet aan de eisen voor het Friese onderwijs.” Meike legt de aanleiding van hun project uit. Het percentage waaraan ze refereert, is een gegeven uit het Taalplan Frysk 2030 onderzoek. Slechts 26% van de basisscholen en 39% van de middelbare scholen in Friesland, vroegen destijds geen (gedeeltelijke) ontheffingen aan voor de Friese lessen.
“Dy sifers klopje”, verklaart Ineke Rienks, beleidsadviseur Taal & Onderwijs bij provincie Fryslân. “Se hawwe dat ûndersyk letter nochris dien yn de perioade 2020-2022. Dêr kamen sawat deselde sifers út.” Taalplan Frysk 2030 ging in 2021 van start. Sindsdien kreeg elke school een skoalstiper aangewezen: een van de middelen die ervoor moet zorgen dat in het schooljaar 2030-2031 daadwerkelijk aan de kerndoelen kan worden voldaan. “In skoalstiper is prosesbegelieder en tinkt mei skoallen mei oer de kânsen en mooglikheden dy’t der lizze om it Frysk te fersterkjen”, gaat Rienks verder. Scholen staan er op deze manier niet alleen voor. “Sa kinne we de stap sette nei gjin ûntheffingen mear foar skoallen.”
Werkdruk
Wie als docent Fries in de bovenbouw voor de klas staat, is niet alleen bezig met lesgeven, maar ook met het eigenhandig testen en voorbereiden van lesmateriaal, ervaart Soepboer. “By oare fakken is de wrâld oan materiaal online te finen.”
Wanneer alle nieuwe doelen en eindtermen over een aantal jaar volledig geïntegreerd zijn in het Friese onderwijs, hoopt ze daarom dat haar werk iets flexibeler wordt. “No tink ik alle kearen, o ja, ik moat noch wat meitsje.” Inmiddels heeft ze al veel verzameld en getoetst, en ook de Afûk is, in opdracht van provincie Fryslân, druk bezig met het ontwikkelen van meer, beter aansluitend materiaal. Soepboer: “Dan kin ik my ek mear rjochtsje op it lesjaan. Je hawwe dan in oare fokus as wannear’t je earst alles meitsje en útprobearje moatte”.
Idealiter bestaan haar lessen over een tijdje uit een creatieve mix van cultuur, actualiteit en taalvaardigheden, en hebben de klassen tussen de vijftien en twintig leerlingen. “Dan kin ik wat: se yn groepkes sette, omrinne yn it lokaal. Mei 25 learlingen dy’t allegear in oar nivo Frysk hawwe, is dat hegere wiskunde.” Om dat te realiseren zijn meer bekwame docenten nodig. Het vak Fries kampt op de middelbare school met een tekort aan leraren. “By dizzen dan ek in oprop”, gaat Soepboer verder, “wurd allegear dosint Frysk!”
Ook de provincie Fryslân heeft die boodschap begrepen. Met de campagne Jou Frysk proberen ze jongeren te stimuleren om te kiezen voor een opleiding tot docent Fries. “Tagelyk binne wy dwaande om ek learkrêften yn it primêr ûnderwiis dy’t noch net befoege binne, kursussen oan te bieden om Frysk ûnderwiis te jaan,” legt De Jager uit. “De earste sinjalen binne hiel posityf.”
Belang van het behoud
“It is krekt as diversiteit yn de natuer”, vertelt Soepboer. “Ik hâld in hiel soad fan seefûgels, mar ik hoech net allinnich mar seefûgels om my hinne.” Zo is het ook met taal. “Ik fyn Ingelsk hiel moai, mar ik hoech net allinnich mar Ingelsk te hearren.”
Het heeft te maken met verscheidenheid, vindt ze. “En mei diversiteit, wa’t wy binne en alle oerienkomsten dy’t wy hawwe as minsken. As wy allinnich noch seefûgels oer hiene en as elkenien allinnich noch Ingelsk spruts, soe it in hiel sombere wrâld wurde. Ik sjoch it as rykdom. Hoe diverser de natuer, hoe sterker. Dat jildt ek foar taal.”
Stuur je tip, video of foto's naar:
0511-441202 of nieuws@rtvnof.nl.

