INGEZONDEN: zienswijze gaswinning Ternaard
LEEUWARDEN – Geachte ministers van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
LEEUWARDEN – Geachte ministers van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Inspecteur-generaal der Mijnen, geacht dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân en geacht college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân,
Jochem Knol (GrienLinks Statenfractie Fryslân) en Hetty Janssen (PvdA Statenfractie Fryslân) dienen mede namens de raadsleden Rebecca Slijver (Sociaal In Noardeast-Fryslân), Gryte Schaafstal (PvdA Noardeast-Fryslân), Stephanie Geurtz (GL Harlingen), Jan-Willem Adams (PvdA Terschelling), Tjeerd Cuperus (SAM Waadhoeke), Bartele Boersma (PvdA Harlingen), Femke Molenaar (GL Leeuwarden), Tjitske Veenstra (GL Achtkarspelen), Anne Merkuur (GL De Fryske Marren), Rik Berends (GL Ooststellingwerf), Gerrie Rozema (GL Heerenveen), Thomas van Dijk (GL SúdWest-Fryslân), Gaby Thijssen (GL Weststellingwerf), Brigitta Scheepsma (GL Tytjerksteradiel), Luciënne Meinsma (GL Smallingerland) en Elske Beintema (GL Opsterland), hierbij een zienswijze in naar aanleiding van de publicatie op vrijdag 27 augustus 2021 van de ontwerpbesluiten ten behoeve van de gaswinning bij Ternaard onder de Waddenzee door de NAM.
Klimaatverandering en versnelde zeespiegelstijging
Op 9 augustus 2021 kwam het zesde IPCC-rapport uit over de klimaatverandering. VN-Secretaris-Generaal António Guterres: “Dit IPCC-rapport is een code rood voor de mensheid”. Verder zegt hij in zijn verklaring: “Dit rapport moet het einde betekenen voor steenkool en fossiele brandstoffen, voordat ze onze planeet vernietigen. Landen moeten nieuwe exploratie en productie van fossiele brandstoffen stopzetten en ze moeten hernieuwbare energie subsidiëren in plaats van fossiele brandstoffen.”
Het IPCC rapport geeft in alle nieuwe scenario’s weer dat de 1,5 graden temperatuurstijging over circa tien jaar wordt bereikt, een decennium eerder dan verwacht. Deze temperatuurgrens is een belangrijke psychologische barrière vanwege het in 2015 gesloten Klimaatakkoord van Parijs, waarin wordt gestreefd de temperatuurstijging te beperken tot ruim onder de 2, en liever tot 1,5 graden. Diepe reducties in CO₂- en andere broeikasgasemissies zijn de komende decennia nodig om de temperatuurlimieten van Parijs in deze eeuw niet te overschrijden.
Vanuit dit oogpunt vinden we het onbegrijpelijk dat uw ministeries een vergunning willen verlenen voor nieuwe gaswinning. Uw redenatie in uw brief van 27 september 2021 aan de Tweede Kamer over de gaswinning Ternaard dat gaswinning vooreerst nog noodzakelijk is ‘vanuit klimaatoogpunt, ook gezien de stijging van de zeespiegel op lange termijn de grootste bedreiging voor de natuur van de Waddenzee vormt, is dit een logisch keuze’ wordt onvoldoende onderbouwd en delen we niet. Ter beperking van klimaatverandering is het nodig om zo veel mogelijk fossiele delfstoffen in de grond te laten zitten en het gebruik van fossiele delfstoffen zo snel als mogelijk te verminderen.
De urgentie van het aanpakken van de klimaatverandering én de noodzaak van het beschermen van natuurlijke systemen (zoals de Waddenzee) zijn – zeker gecombineerd – in onze ogen juist redenen om géén nieuwe gaswinning toe te staan in de Waddenzee.
Voorzorgsbeginsel
De Waddenzee is een Natura-2000-gebied en Unesco werelderfgoed. Voor delfstoffenwinning onder de Waddenzee was en is de natuurwetgeving van toepassing: op grond van de beste wetenschappelijke kennis moet vaststaan, dat de winning geen schadelijke gevolgen heeft voor de natuurlijke kenmerken van het gebied. Er mag redelijkerwijs geen twijfel zijn. Volgens het Europese Hof is daarbij het voorzorgbeginsel van toepassing.
We verwijzen met nadruk ook naar het wetenschappelijke advies van de Waddenacademie van 5 oktober 2021. Hierin wordt over het voorzorgsbeginsel gezegd: “Het Hof van Justitie van de EU stelt de eis “dat er geen redelijke wetenschappelijke twijfel bestaat dat die plannen of projecten geen schadelijke gevolgen hebben voor de natuurlijke kenmerken van de betrokken gebieden.” Wanneer die wetenschappelijke twijfel wel bestaat dient de vergunning te worden geweigerd. Het is dus uitdrukkelijk niet zo dat een vergunning slechts geweigerd kan worden wanneer het bevoegd gezag kan bewijzen dat er significante gevolgen zouden kunnen optreden. Redelijke wetenschappelijke twijfel over het optreden van significante gevolgen is hiervoor voldoende.”
Er moet bedacht worden, dat de Waddenzee een zeer dynamisch systeem is met grote variatie in platen en geulen, waardoor het per definitie moeilijk zo niet onmogelijk is om in de praktijk te constateren wat de oorzaken (kunnen) zijn van veranderingen. Daarom is de vereiste wetenschappelijke zekerheid met voldoende voorzorg bij delfstoffenwinning onder de Waddenzee alleen te bereiken door uiterste zorgvuldigheid te betrachten en het inbouwen van extra zekerheden.
Tot nu toe is het hand-aan-de-kraan-principe gehanteerd om aan het voorzorgsbeginsel te kunnen voldoen bij de gaswinningen. “Dat heeft tot nu toe voldaan”, zegt het Adviescollege dat het hand-aan-de-kraan-principe heeft onderzocht. Daarnaast zegt men “Richting de toekomst is echter een betere analyse van onzekerheden op langere termijn wenselijk, met name waar het gaat om de verwachte zeespiegelstijging en de natuurlijke sedimentatie.” Dit geeft ons inziens geen garanties dat dit hand-aan-de-kraan-principe ook goed gaat werken bij nieuwe gaswinning.
Daarnaast noemt dit adviescollege de cumulatie van effecten als onzekerheid. Dit wordt bevestigd in het advies van de Waddenacademie. Het hand-aan-de-kraanprincipe is en blijft naar onze mening een methode waarmee het paard achter de wagen wordt gespannen. Voordat de effecten van de winning meetbaar zijn moet een deel van de winning hebben plaatsgevonden. Voordat betrouwbare meetgegevens beschikbaar zijn is de winning een eind op weg en door na-ijleffecten zal het stopzetten van de winning de ongewenste bodemdaling niet meer tijdig kunnen stoppen, waarmee de effecten op de natuur onomkeerbaar worden. In theorie lijkt het hand-aan de kraan principe mooi, maar tijdig ingrijpen kan hiermee niet worden gegarandeerd. Ook dit is in strijd met het door u benoemde voorzorgbeginsel.
Ook in het Deltares onderzoek naar de zeespiegelstijging staat de aanbeveling om beter te onderzoeken op welke wijze het meegroeivermogen in de Waddenzee reageert op de versnelde zeespiegelstijging in combinatie met de bodemdaling als gevolg van de voorgenomen gaswinning. Dit is nog een onzekerheid die onderzocht moet worden.
Deze onzekerheden maken dat er ons inziens niet voldaan kan worden aan het zogenaamde voorzorgsbeginsel. Wij vinden daarom dat de natuurvergunning (Wnb) voor gaswinning onder de Waddenzee bij Ternaard niet verleend kan worden.
Deze stelling wordt bevestigd door het recente advies van Waddenacademie: “Aan deze voorwaarde wordt niet voldaan omdat de onzekerheidsmarge van 1,5 mm die onderdeel vormt van het meest recente zeespiegelstijgingsscenario niet wordt meegenomen in de berekeningen.”
Internationale oproep
Internationale overheden en organisaties hebben u – vanuit hetzelfde voorzorgsbeginsel – opgeroepen af te zien van nieuwe gaswinning onder het Waddengebied. De Waddenzee is een belangrijke broed- en rustplaats voor trekvogels (van Siberië tot Afrika). We verwijzen naar o.a. het verdrag van Bonn. Dit verdrag gaat over het behoud en beheer van terrestrische, aquatische en aviaire trekkende soorten in hun hele verspreidingsgebied. We verzoeken u de internationale oproepen en verdragen serieus te nemen en mee te laten wegen in uw beslissing en de vergunning voor de gaswinning in de Waddenzee bij Ternaard niet te verlenen.
Passende beoordeling
De Waddenzee is een Natura-2000 gebied. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar in niet-verwaarloosbare hoeveelheden aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, dan wel of een uitbreiding of een verbetering nodig is. Als er een activiteit wordt ondernomen in een Natura-2000 gebied moet beoordeeld worden of deze een ‘significant negatief effect’ op die instandhoudingsdoelstellingen zal hebben. In een ‘Passende Beoordeling’ wordt de invloed van die activiteit beoordeeld. De minister van LNV verstrekt de natuurvergunning voor het Natura 2000-gebied de Waddenzee en beoordeelt de Passende Beoordeling. We vragen u met klem opnieuw te kijken naar de Passende Beoordeling. Er ontbreken enkele essentiële gegevens, waardoor er geen correcte weergave is van de effecten van de gaswinning op de instandhoudingsdoelstellingen van de Waddenzee. We lichten enkele van de volgens ons ontbrekende gegevens toe.
De gebruiksruimte onder druk door versnelde zeespiegelstijging
“De gebruiksruimte voor gaswinning onder de Waddenzee wordt bepaald door het natuurlijke meegroeivermogen (sedimentatiesnelheid) van de komberging waarin gaswinning plaatsvindt, verminderd met de zeespiegelstijging. Voor de gaswinning onder de Waddenzee geldt dat zolang de bodemdalingssnelheid door de gaswinning lager is dan de beschikbare gebruiksruimte, er geen aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Waddenzee plaatsvindt en er dus geen schade optreedt aan de natuur. Om te bepalen of de gebruiksruimte wordt overschreden zijn drie factoren van belang: de zeespiegelstijging in de Waddenzee, de sedimentatie in de Waddenzee (natuurlijk herstelvermogen) en de bodemdaling door gaswinning onder de Waddenzee.” (..) “Voor de bodemdalingsscenario’s is gekozen om geen ‘worst case’-scenario’s op te nemen in de passende beoordeling: “De initiatiefnemer kan uitgaan van de verwachtingswaarden, zonder de extra onzekerheidsband mee te nemen”.(..) “Uit het voorgaande volgt dat in het ‘hand aan de kraan’-principe voor de zeespiegelstijging en de bodemdaling uitgegaan wordt van de verwachtingswaarden, die verkregen worden door niet de gehele extra onzekerheid mee te nemen. Dit is zorgvuldig omdat voor het meegroeivermogen een zeer conservatieve inschatting wordt gebruikt.”(uit brief minister aan Tweede Kamer 20 april 2020)
Het rapport van het IPCC over de versnelde zeespiegelstijging maakt dat we anders naar deze afweging moeten gaan kijken. De zeespiegelstijging op korte termijn is zeer onzeker door de onzekerheid over het volgen van de mondiale zeespiegelstijging en op lange termijn nog groter door de onzekerheid over het klimaatpad dat mondiaal gerealiseerd zal worden, ondanks het akkoord van Parijs en binnen ieder klimaatpad vooral door onduidelijkheid over de ontwikkelingen rond (west)Antarctica.
Het adviescollege constateert ook dat de keuze uit 2017 onvoldoende is onderbouwd en constateert sterk toenemende onzekerheden over de zeespiegelstijging op langere termijn en adviseert om van hogere scenario’s uit te gaan en jaarlijks te evalueren. Het adviescollege adviseert ook om eerst een keuze te maken in het klimaatpad (een van de IPPC-paden RCP 2.6 – RCP 8.5) met een bandbreedte van 5%-95% percentiel en daarna de invloed op de zeespiegelstijging te bepalen
Kort gezegd: als je niet zeker weet of het meevalt, heb je dus geen vereiste zekerheid. In 2006 is bij de invoering van het hand-aan-de-kraan-principe gesteld dat op alle drie de onderdelen aan die zekerheid voldaan moest zijn om aan de Habitatrichtlijn te kunnen voldoen (zekerheid over de mogelijkheid dat er geen significante effecten op de natuur optreden).
Gezien de onzekerheden rond de versnelde zeespiegelstijging is er echter een te grote kans, dat de zogenaamde gebruiksruimte zal worden overschreden. waardoor er níet voldaan wordt aan de Europese richtlijnen voor bescherming van het Natura 2000-gebied de Waddenzee.
Zandsuppleties
In de Passende Beoordeling ontbreekt een beoordeling van de effecten van de extra zandsuppleties ten behoeve van de gaswinning Ternaard. Dit is in strijd met de Wnb en de Habitatrichtlijn. Ook ontbreekt een beschouwing in de Passende Beoordeling of deze extra suppleties nog wel mogelijk zijn in het kader van de verplichtingen van Nederland ten aanzien van het in stand houden van de Waddenzee als Natura 2000-gebied op grond van de artikelen 6, lid 1 en lid 2 van de Habitatrichtlijn. Op grond van die artikelen kan de plicht ontstaan om het totaal van de beschikbare suppletiecapaciteit volop in te zetten voor het behoud van de Waddenzee bij een toenemende snelheid van de zeespiegelstijging.
Robuustheid van Waddenzee
“Deze klimaatverschuivingen, en de druk die deze op een bijzonder gebied als de Waddenzee opleveren, komen bovenop de andere menselijke invloeden. Bedrijvigheid in en om het gebied neemt toe, door toerisme, bevissing en de exploitatie van natuurlijke grondstoffen. Die bedrijvigheid gaat gepaard met milieuvervuiling, plastic, enzovoort. Dat maakt het extra belangrijk om alles op alles te zetten om emissies en menselijke druk in dit gebied tot een minimum te beperken. Los daarvan rijst nu ook de vraag: gegeven de toekomstverwachtingen, met welke maatregelen kunnen we het Waddengebied robuuster maken voor klimaatverandering? Helpt het om meer zand in het systeem te brengen of op te vangen in kwetsbare gebieden?” Deze vraag werpen Marjolijn Haasnoot, onderzoeker klimaatadaptatie Deltares en Universiteit Utrecht en IPCC lead author werkgroep 2 en Bart van den Hurk, klimaatwetenschapper Deltares en VU en IPCC lead author werkgroep 1 op in een artikel in de Leeuwarder Courant van 5 oktober 2021.Wij vragen ons af of dit in de Passende Beoordeling is meegenomen.
Geomorfologie
Ook vinden we dat er rekening moet worden gehouden met de verschillen in het Waddensyteem. Het gebied kent een grote ruimtelijke variatie en de geomorfologie van het gebied verschilt sterk. Deze variatie en verschillen leiden tot verschillen in de flora en fauna binnen het gebied. In de onderbouwing van het besluit zijn deze verschillen onvoldoende beschreven en zijn de effecten niet of nauwelijks in beeld gebracht. Hoe is het mogelijk te spreken van zorgvuldigheid als geen rekening wordt gehouden met de ruimtelijke variatie en geomorfologie?
Stapeling van effecten
Op grond van de Wnb dient niet alleen naar de effecten van het project zelf maar ook naar de effecten van andere plannen en projecten gekeken te worden. Er is wel een achttal activiteiten geïdentificeerd in de Passende Beoordeling maar op geen enkele wijze is in de Passende Beoordeling de relatie gelegd van deze activiteiten met de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen in relatie met de effecten op deze doelstellingen van het project gaswinning zelf.
Stikstof en PAS
De Passende Beoordeling heeft niet de uitspraak van de Raad van State (19 mei 2019) over de PAS (programmatische aanpak stikstof) meegenomen in haar beoordeling. Ook wordt de uitstoot van stikstof bij de zandsuppleties niet meegenomen. We vragen u deze gegevens te herzien.
Effecten droge kant van de dijk
Bodemdaling zal eveneens effecten hebben op de (geo)hydrologische situatie in het waddengebied. Door de optredende bodemdaling aan de landzijde van de waddendijk neemt het potentiaalverschil tussen de waterstand in de Waddenzee en de oppervlaktewaterpeilen en van het freatisch vlak in de (landbouw) percelen toe. Een en ander zal leiden tot een structurele toename van zoute kwel. De effecten voor het hoogwaardige landbouwkundige gebied, waarin onder meer pootaardappelen worden geteeld, kan leiden tot economische schade voor de bedrijven achter de dijk. Deze effecten en de mate waarin deze verzilting plaats zal vinden is in het besluit onvoldoende onderzocht en de schade die het landbouwgebied hiervan tot in lengte van jaren zal ondervinden is niet aangegeven en onderbouwd. Daarnaast zal er ook verzilting plaatsvinden van de percelen met andere functies, zoals natuur en woningbouw.
Zowel wateroverlast bij gebouwen en mogelijke schade aan infrastructuur en dijken is niet onderzocht en onderbouwd. Deze onduidelijkheid leidt tot veel onrust bij de bewoners en andere betrokkenen.
De gevolgen voor het watersysteem in Fryslân zijn niet meegenomen in de beoordeling. Een (versnelde) zeespiegelstijging zal gevolgen hebben voor inlaat, afvoer en beheer van water in Fryslân.
De effecten van de boorinstallatie (licht, geluid) op de natuur zowel binnendijks als buitendijks zijn niet in beeld gebracht.
Het schadeloket gaat niet uit van preventie, maar van curatief beleid . Wij vinden dat deze effecten nader onderzocht moeten worden en dat hier geen invulling wordt gegeven aan het zorgvuldigheidsprincipe.
Aardbevingen
Veel bewoners maken zich ongerust over het boren naar gas in hun omgeving. De ervaringen in Groningen met de onverwacht grote aardbevingen als gevolg van de gaswinning hebben ze niet gerustgesteld. De kans op een aardbeving bij de gaswinning onder de Waddenzee bij Ternaard is aanwezig, hoewel volgens de NAM minimaal. Onbekend is ook hoe de Waddenzee reageert op verschuivingen in de bodem. We zien graag op deze punten een aanvulling en een herziene Passende Beoordeling.
Geen vergunning verstrekken
We vinden dat deze gaswinning uit de velden Ternaard niet plaats kan en mag vinden, dat de minister van EZK niet kan en mag instemmen met het winningsplan en dat de minister van LNV de vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) niet kan en mag afgeven. Deze stellingname wordt ondersteund door het in de bijlage toegevoegde advies van de Waddenacademie.
Het van Rijkswege gebezigde argument, dat de Mijnbouwwet en/of de Wet natuurbescherming dwingen tot instemming respectievelijk vergunningverlening is onjuist. De Mijnbouwwet kent weliswaar een limitatieve opsomming van weigeringsgronden, maar bij de beoordeling van de effecten op natuur en milieu, sinds 2017 in die wet als weigeringsgrond ogenomen, geeft dat de mogelijkheid om – als negatieve effecten op de natuur niet kunnen worden uitgesloten – de instemming te weigeren. De Wnb kent geen limitatieve opsomming van weigeringsgronden. Dit houdt in, dat de minister beleidsvrijheid heeft om de vergunning te weigeren zelfs als – wat in dit geval niet zo is – er geen wezenlijke aantasting van de natuurwaarden of significantie van de effecten plaatsvindt.
Advies van de Waddenacademie
De vaste commissie voor EZK van de Tweede Kamer heeft de minister op 15 september 2021 verzocht om onafhankelijk extern juridisch advies met de volgende onderzoeksvraag: “”In hoeverre biedt de wetgeving in brede zin de minister de mogelijkheid een vergunning voor gaswinning onder de Waddenzee te weigeren?”
Dit onderzoek is uitgevoerd door de Waddenacademie. Zij hebben hun advies op 5 oktober 2021 gepresenteerd. We hebben het hele advies toegevoegd aan onze zienswijze en we vragen u dit advies als integraal onderdeel te zien van onze zienswijze.
Het antwoord op de centrale onderzoeksvraag luidt:
“Op basis van de voorgaande bevindingen moet geconcludeerd worden dat de ontwerp-vergunning Wet natuurbescherming en de daaraan ten grondslag liggende passende beoordeling onvoldoende overtuigend aantonen dat redelijke wetenschappelijke twijfel over het ontstaan van nadelige gevolgen voor de natuurlijke kenmerken en doelen van de Waddenzee ontbreekt. Het Natura 2000-regime, zoals gecomplementeerd in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming, laat in een dergelijk geval niet toe dat de vergunning wordt verleend. Daarmee heeft de Minister van LNV dus niet zozeer de mogelijkheid om de Wnb-vergunning te weigeren maar zal zij de vergunning wel moeten weigeren, tenzij de weg van artikel 6, lid 4 Habitatrichtlijn (de zogenaamde ‘ADC-toets’) wordt gevolgd.
Wanneer deze ADC-route gevolgd zou worden en aan de eisen voor die route voldaan zou worden, heeft de Minister overigens nog steeds de mogelijkheid om een vergunning te weigeren. Ook wanneer door aanvullend onderzoek, het wegnemen van de tekortkomingen van de hand-aan-de-kraan-aanpak en andere maatregelen het oordeel zou ontstaan dat redelijke wetenschappelijke twijfel over significante gevolgen kan worden uitgesloten, dan moet gezien de formulering van artikel 2.7, derde lid van de Wet natuurbescherming worden aangenomen dat de Minister van LNV de mogelijkheid heeft om een vergunning te weigeren. Hierbij kunnen ook oordelen over de verhouding tussen het project gaswinning Ternaard en verplichtingen op grond van internationale natuurbeschermingsverdragen (niet onderzocht in dit spoedadvies) een rol spelen. “
Geen oordeel van de MER-commissie aanwezig
De ontwerp-vergunningen zijn ons inziens vrij onverwacht ter inzage gelegd. Dat dit gebeurde voordat de Commissie voor de milieueffectrapportage (MER) de gelegenheid heeft gehad om over het MER-rapport voor gaswinning Ternaard advies uit te brengen is in onze ogen bijzonder. We hebben dus voor onze zienswijze geen inzicht gehad in de beoordeling van de MER door de MER-commissie en dat vinden we vervelend. We vragen u deze handelwijze toe te lichten.
We gaan er vanuit dat bovenstaande voldoende voor u is om niet in te stemmen met het winningsplan en de vergunning onder de Wet Natuurbescherming niet te verlenen.
Namens de indieners
Jochem Knol, GrienLinks Statenfractie Fryslân
Hetty Janssen, PvdA Statenfractie Fryslân
Stuur je tip, video of foto's naar:
0511-441202 of nieuws@rtvnof.nl.