KNKB verliest markante vrijwilliger en erelid Klaas Vellinga
MARRUM – De op 23 juni 1932 in Marrum geboren Klaas Vellinga was erelid van de KNKB. Hij was van 1980-1989 lid van het Hoofdbestuur van de kaatsbond, ook was hij wedstrijdleider bij het zaalkaatsen en lid van de in 1996 opgeheven Zaalkaatscommissie. Hij schreef in het jubileumboek van de KNKB uit 1997 het hoofdstuk ‘Overdekt kaatsen’. Op 29 april 2026 overleed hij in Ferwert.
Vellinga had in die jaren tachtig van de vorige eeuw materialen in zijn portefeuille, om het even deftig te zeggen. In zekere zin een enigszins vage en ruime omschrijving van wat hij zoal deed. Als je bijna 94 jaar oud wordt zoals Vellinga dan ben je al een flink aantal jaren geschiedenis om het even hard en realistisch te formuleren. Op die leeftijd blijf je door de liefdevolle omgeving van eigen familie op de been en dat viel na het verlies van zijn vrouw Sjoukje Beeksma in 2020 niet mee. Een liefdevolle relatie, zo noemt Tetman van der Meulen het.
Wat betreft de bestuursfunctie ‘materialen’ kom je gauw in de verleiding dit te onderschatten, zo zegt Tetman van der Meulen. Van der Meulen trad in 1982 in dienst bij de KNKB en maakte Vellinga van nabij mee. ,,Klaas hie doe benammen keatsballen ûnder syn behear en dat wie doe in ‘heikel’ punt.’’ Het was de tijd dat vaste kaatsballenmaker en schoenmaker Jurjen Leicht uit Franeker gestopt was met het maken van kaatsballen.
,,Eins wie der doe net ien dy’t keatsballen makke en je fûnen ek net sa gau in oar. Want earlik sein, dat meitsjen fan ballen wie in pokkewurk’’, zo licht Van der Meulen toe. Pier Hibma was toen voorziiter van de KNKB en tevens directeur van het Psychiatrisch Ziekenhuis in Franeker (PZ). ,,Dy soe dat meitsjen doe útbestede oan de ‘werkplaats’ mar dat waard neat.’’ Klaas Vellinga werkte in die tijd bij de gemeente Leeuwarden op Sociale Zaken. ,,Dat paste wol wat by him, hy wie in hiele soasjale en behelpsume man.’’ Vellinga wist toen wel iemand die het wilde doen. Een zekere Bertus Boersma uit Marsum werd opgeleid om kaatsballen te maken. Boersma heeft het geruime tijd gedaan, in ieder geval lang genoeg om de bijnaam Bertus ‘Bal’ te verdienen. Boersma moest het leren en zou 40 ballen in de week maken. Te weinig om tot het vereiste aantal van 2300 ballen te komen.
Dat hele proces van kaatsballen maken werd dus aangestuurd door Vellinga. Want de KNKB moest tijdens het seizoen wel voldoende kaatsballen op voorraad hebben. ,,Klaas hie noch kunde oan ien fan Tsjom út de CFK en dy soe dan acht ballen yn ‘e wike leverje. En sa hie de KNKB krekt genôch.’’ Kortom, Vellinga was een man die op de achtergrond bepaalde zaken regelde die voor het grote publiek als vanzelfsprekend golden. Want ook toen ging niemand naar een kaatspartij met de vraag ‘Soenen der hjoed wol genôch ballen wêze?’
,,No wie der in sekere Izak de Haan dy’t neffens it ferhaal in reintonne fol keatsballen hie. Dat wienen ballen fan echt lear, mar De Haan wie net de maklikste yn de omgong, sis mar in stiifkop.’’ Vellinga bezocht De Haan om te proberen tot een deal te komen. Zijn voorstel was dat hij de beste ballen uit die ton mocht uitzoeken. Maar De Haan wilde dat niet, die wilde een willekeurig aantal ballen verkopen zonder de voorwaarde van beste ballen. Uiteindelijk bemiddelde een zekere Geert Dijkstra, de schoonvader van Sake Saakstra. Dijkstra kon goed opschieten met De Haan en zo kwam er toch nog een deal.
Zo had de KNKB in die tijd bijvoorbeeld een overeenkomst met de PC om de ballen te leveren voor de PC. De ongebruikte kaatsballen gingen na afloop retour kaatsbond die alleen de gebruikte kaatsballen in rekening bracht. Het was toen ook de tijd dat de KNKB twee tribunes onder zijn beheer had. Een overdekte tribune en een onoverdekte tribune. Het commerciële beheer van die tribunes viel onder de verantwoordelijkheid van Vellinga.
Die verantwoordelijkheid betrof ook de aanschaf van vlaggen bij de verschillende jubilea. Vellinga onderhield in dit verband contact met de Dokkumer Vlaggen Centrale (DVC) en zorgde voor de passende vlaggen. Want het ‘vlaggenvertoon’ had een bepaald protocol. Bij het 50-jarig jubileum van een vereniging een Nederlandse vlag, bij een 75-jarig bestaan kwam er een wapen in de vlag en het vieren van het eeuwfeest werd beloond met een geel-blauwe vlag met het wapenschild erin verwerkt.
Vellinga heeft bijna zijn gehele leven in Stiens gewoond. Hij was lange tijd nauw betrokken bij het zaalkaatsen en deed zelf ook mee ‘op in leger nivo’, zoals van der Meulen het zegt. De afbeelding van de ouderwetse kaatsbal in de rouwadvertentie vat de verdiensten en de liefde symbolisch samen die Klaas Vellinga had voor de kaatssport. Gelukkig heeft de geschiedenis altijd wel ergens een luikje naar een geheugen die deze verdiensten nog even in de schijnwerpers zet. Van der Meulen: ,,Klaas wie in hiel sosjale man, je sizze it net sa gau oer in man, mar Klaas wie in leave man.’’ Een eretitel voor een erelid van de KNKB.
Fotobijschrift: Het hoofdbestuur van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond (KNKB) in 1983. Zittend v.l.n.r.: secretaris Geert Hoekstra (Joure), voorzitter drs. Pier S. Hidma (Franeker) en penningmeester Kars Klok (Harlingen). Staande v.l.n.r.: Klaas Vellinga (Stiens), Arie Ykema (Sneek), Auke Achenbach (Grouw), Tjalling Huizenga (Oudehaske) en Albert Sieswerda (Makkum). Meindert de Haan (Den Helder) ontbreekt op deze foto.
Stuur je tip, video of foto's naar:
0511-441202 of nieuws@rtvnof.nl.