Kort geding over watervergunning zonnepark Skûlenboarch
GRONINGEN / SKÛLENBOARCH – De geldigheid van de watervergunning voor het drijvende zonnepark Skûlenboarch lag vrijdag 1 mei onder het vergrootglas bij de rechtbank Noord‑Nederland. In een kort geding tussen een bezwaarmaker en Wetterskip Fryslân boog de voorzieningenrechter zich over de vraag of het zonnepark mocht beginnen met werkzaamheden op basis van de afgegeven watervergunning.
De rechter gaf aan eerst helder te willen krijgen wat er feitelijk speelt, voordat werd ingegaan op het spoedeisend belang van de zaak. Daarna ging de zitting vooral over de inhoudelijke vragen rond de vergunningverlening en de gevolgde procedure.
Belanghebbendheid ter discussie
Een eerste punt van debat was of de bezwaarmaker als belanghebbende kan worden aangemerkt. Wetterskip Fryslân stelde dat hiervan geen sprake is, onder meer omdat de bezwaarmaker geen direct zicht heeft op het zonnepark en haar maatschap niet eerder in bezwaar was genoemd.
De jurist van de bezwaarmaker betoogde dat het bij belanghebbendheid niet om zicht gaat, maar om feitelijke gevolgen. Volgens haar stroomt water uit de voormalige zandwinplas langs de gronden van haar cliënt, drinken schapen van dat water en ligt er kabelinfrastructuur op of langs het perceel. De rechter gaf aan hiermee voldoende inzicht te hebben in de feitelijke situatie en ging verder met de inhoud van de zaak.
Watervergunning en termijn
Centraal staat de watervergunning die Wetterskip Fryslân op 19 december 2023 heeft verleend. In die vergunning is een voorwaarde opgenomen dat binnen 18 maanden met de werkzaamheden moest zijn begonnen. De bezwaarmaker stelt dat deze termijn is verstreken en dat de vergunning daardoor is vervallen.
De rechter stelde vragen over deze voorwaarde en vroeg waarop de termijn is gebaseerd. Wetterskip Fryslân gaf aan dat de termijn niet specifiek is onderbouwd.
Brief uit december 2025
Daarnaast kwam een brief ter sprake die Wetterskip Fryslân op 9 december 2025 publiceerde. In die brief werd een kaart toegevoegd en een einddatum genoemd waarbinnen het project gereed moest zijn. Wetterskip stelde dat deze brief geen besluit was en geen zelfstandige rechtsgevolgen had. Het bezwaar hiertegen werd daarom niet‑ontvankelijk verklaard.
De rechter stelde tijdens de zitting meerdere kritische vragen over de wijze waarop het bezwaar is afgehandeld en over de juridische status van een brief van Wetterskip uit december 2025. Daarbij werd besproken of het toevoegen van een einddatum kan worden gezien als een wijziging van de vergunning.
Sonderingen en werkzaamheden
Ook ging de discussie over de vraag of de uitgevoerde bodemsonderingen mogen worden gezien als voorbereidende werkzaamheden of als feitelijke start van de uitvoering. Wetterskip Fryslân en vertegenwoordigers van het zonnepark stelden dat de sonderingen onderdeel zijn van de voorbereiding en daarom gelden als start binnen de vergunningstermijn.
De initiatiefnemer voerde aan dat de sonderingen direct zijn uitgevoerd op de locaties waar later ankerpalen moeten komen en noodzakelijk zijn voor de constructie. De rechter stelde vast dat de sonderingen niet expliciet in de vergunning zijn benoemd en vroeg zich af hoe deze werkzaamheden juridisch moeten worden beoordeeld binnen de watervergunning.
Binnen twee weken uitspraak
Na een laatste toelichting van alle partijen sloot de rechter het onderzoek. De uitspraak wordt binnen twee weken schriftelijk gedaan en aan de betrokken partijen toegezonden, zo vertelde de rechter.
Vrijdagochtend, vlak voor bovenstaande zitting, werd bekend dat de vernieuwde natuurtoets ook beoordeeld is door de Provincie Fryslân. Volgens Atse Numan, de directeur van het zonnepark, kunnen daarom als de planning van de aannemer het toelaat, de werkzaamheden worden hervat. Hierover volgt nog losse berichtgeving op RTV NOF.
Stuur je tip, video of foto's naar:
0511-441202 of nieuws@rtvnof.nl.