Na 42 jaar treffen E-pupillen van toen hun leidster ‘Frou Kroodsma’ opnieuw
IE/BUITENPOST – Eind augustus was het voor frou Kroodsma (87) uit Buitenpost zover. Ze wilde graag nog een keer de spelers van haar voormalig voetbaljeugdteam van V.V. Oostergo uit Ie en Ingwierrum ontmoeten, waar zij samen met Bote Mossel jarenlang jeugdleidster van is geweest. Alle spelers op de foto van toen waren ook nu aanwezig.
Het werd een ochtend vol anekdotes, herinneringen en veel humor aan de West bij Buitenpost waar frou Kroodsma met haar man woont. Zo komt meteen het fanatisme van beide leiders ter sprake, die altijd zich beide aan een kant van het speelveld ophielden, zodat ze elkaar niet voor de voeten liepen en de spelers de coaching in stereo tot zich konden krijgen.
“Ofjaan bliksem!”
De aanwijzingen vonden altijd op indringende wijze en met veel volume plaats. De woorden: “Ôfjaan bliksem!”, werden bijvoorbeeld vaak gebruikt door Bote brengt spits Mark naar voren, dit vaak al voor de bal was ontvangen. Ook kwam naar voren dat de wormen rondom de plek waar frou Kroodsma stond te coachen altijd aan de oppervlakte kwamen. Jan herinnert zich dat “stilstean” in het veld geen optie was bij frou Kroodsma. Consul van de club Aebele Talstra heeft per ongeluk een keer schop gekregen toen hij te dicht in de buurt kwam. Frou Kroodsma voetbalde namelijk altijd in woorden en bewegingen mee.
Frou Kroodsma was in haar jaren als jeugdleidster boerin op een boerderij in de Fjellingen, een buurtschap tussen Ie en Ingwierrum. Deze boerderij had zij samen met haar man Douwe(nu 89 jaar), die op deze ochtend ook aanwezig is en stil op de achtergrond geniet van de verhalen. Frou Kroodsma verteld met veel enthousiasme over haar liefde voor sport en dat zij na haar eigen korfbalactiviteiten jeugdleidster bij voetbalclub Oostergo is geworden.
Ook vertelt zij desgevraagd waarom zij nooit leidster is geweest van haar eigen kinderen, haar eigen 3 zonen zaten namelijk ook op voetbal. Dit was zo bleek omdat je dan altijd aanloopt tegen het “voor- of achterstellen van je eigen bern”, dat wilde frou Kroodsma voorkomen. Voor het gezin Kroodsma wat het de normaalste zaak van de wereld dat de vrouw des huizes op zaterdagochtend op pad was met de voetbalclub, het warme middageten stond altijd al klaar bij late ochtendwedstrijden. We wisten niet beter dan dat mem op zaterdagochtend op pad was, aldus dochter Baukje die aanwezig is om samen met haar broer Willem Albert de hapjes en drankjes te verzorgen.
“Twa oant trije kear om him hinne”
Dat herinneringen door de tijd de waarheid wel eens wat geweld aandoen en wat verkleuren kwam meteen in het begin tijdens het rondje langs de spelers ook naar voren. Linksback Gerard herinnert zich bijvoorbeeld zijn eigen splijtende passes en dat zijn tegenstanders altijd wel 2 tot 3 keer “om him hinne moasten”. Ook dat ze hem op 18-jarige leeftijd logischerwijs graag in het 1e elftal wilden hebben, maar dat hij daar zelf voor had bedankt. Deze anekdotes waren bij geen van de andere aanwezige spelers zo blijven hangen. Gerard was ook altijd aanvoerder en dat was niet voor niks naar eigen zeggen. Dit dan wel steeds 1 keer in de twee seizoenen, omdat zijn broer Klaas dat altijd was in het jaar wanneer ze bij elkaar in het team zaten. Dit was ook uit praktische overwegingen, omdat de aanvoerdersband dan gewoon in huize Sipma kon blijven vult Klaas zijn broertje aan.
Over voorstopper Johan komt een verhaal naar voren over een uitwedstrijd tegen Ropta Boys. Johan schoot een keer vanaf eigen helft de bal op de goal van Ropta Boys en deze bal was volgens spits Mark wel een meter naast, maar omdat er geen netten in de goal hingen, het mistig was, het wel op een doelpunt leek en iedereen van Oostergo begon te juichen, kende de scheidsrechter het doelpunt toe. Dit tot ontzetting van de Ropta Boys spelers. Johan was volgens frou Kroodsma een rots in de branding.
Ook de kleine rode Mitsubishi Charade van frou Kroodsma wordt besproken. Hier werden vaak veel te veel spelers in vervoerd. Daarover vertelt frou Kroodsma dat het maar goed was dat we nooit zijn aangehouden, want dan “wie it net best west”. Ze herinnert zich zelfs nog dat ze bij nood een keer 6 A-junioren naar een uitwedstrijd heeft gebracht.
Hierop aansluitend komt Tom ook nog met een verhaal over de altijd voor ons team beschikbare chauffeur Melle Pieter Prins, die met een volgestapelde auto met spelers uit Ingwierrum in Ie aankwam, het raampje naar beneden draaide en aangaf dat zijn auto “heavy loaded” was. Vaak zaten er twee spelers voorin en 5 of 6 achterin. Op weg naar een uitwedstrijd was het zelfs een keer zo dat er spelers bij verkeersdrempels uit de auto moesten. Sipke herinnert zich ook nog dat de snelheid van de Ford Sierra van Melle Pieter zijn heit bij het passeren van de ouderlijke boerderij tussen Ee en Engwierum altijd even terugging naar het toegestane aantal kilometer per uur. Melle Pieter was boerenzoon en op zaterdagochtend pas na melkerstijd beschikbaar, dat zorgde soms voor wat haast.
Markante dorpsman Bote
Ook over leider Bote Mossel (overleden in 2005 op 62-jarige leeftijd) komen veel verhalen naar boven. Bote was een authentieke markante dorpsman, voormalig voorzitter en een vande eerste leden van de voetbalclub, maar ook geniaal muzikant, enthousiast fotograaf en een man van gevleugelde uitspraken zoals: Sjouwe! Of klap der mar op! En at se in stien omheech goaie, kop ik him ek!
Frou Kroodsma vertelt dat de spelers een keer een stuk tape over de mond van Bote hadden geplakt en dat dit er door de baard die Bote op dat moment had niet meer af wilde en dat ze dit toen zelf maar heeft opgelost door de tape “der yn 1 kear ôf te skuorren”. Voormalig aanvoerder Klaas vertelt over Bote, dat een keer bij de ontvangst door leiders van een tegenstander, deze Bote een prettige wedstrijd toewensten. Waarop Bote antwoorde: een prettige wedstrijd!? Ik ferklearje jo hjirby de oarloch!
Ook weet Klaas nog over een keer dat Bote in de ochtend niet mee kon als leider en dat hij s ’middags Bote in het dorp tegenkwam en Bote vroeg naar de uitslag. De wedstrijd was 12-1 gewonnen, waarop Bote riep: “1 tsjin! Sykje de heechste beam mar op!”. Bij uitwedstrijden reed frou Kroodsma steevast voorop, omdat Bote met zijn gele Opel Rekord achter Dokkum minder goed bekend was. Bote heeft ook een tijdje voor de begrafenisvereniging de belettering op de grafstenen van het kerkhof in Ee met verf bijgewerkt zo komt nog naar voren en hij had dan steevast een briefje op de deur: Ik lig op het kerkhof… Als er bij de muziek in Ee mensen afwezig waren, dan werd Bote vaak opgehaald en hij kon dan altijd zo meedoen. Bote at op zaterdags vaak mee bij het gezin Kroodsma en trommelde dan met zijn mes op alle potten en pannen tijdens het eten. Bote was een bijzondere man.
Sjoerd vertelt dat hij na wedstrijden ook vaak mee mocht naar de boerderij en daar dan in de gang aan het voetballen was met de zonen van frou Kroodsma, of mee mocht op de trekkers. Ook een uitwedstrijd naar Schiermonnikoog komt ter sprake door Gert. De eerste boot heen en de laatste boot weer terug, “dizze moaie dei foar de jonges moast meinaam wurde” aldus frou Kroodsma. “De jonges wienen troch it geflean troch de dúnen foar de tyd al hielendal ynein toen de wedstryd begon”, voegt ze daaraan toe.
Verhalen doen de ronde
Ook ander onderwerpen komen aan bod. Zo vertelt voormalig keeper Tom dat hij als timmerman aan het werk is bij Dijkstra-Draaisma, en dat dit wat voor de hobby is, omdat zijn vrouw als C.O.O. voor het ministerie van Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties in Den Haag werkt. Een verdere toelichting waar deze afkorting voor staat en wat die functie dan precies inhoudt wordt achterwege gelaten. Wel vertelt hij dat hij maar wel aan het werk is, want anders zou hij als fanatiek wielrenner dan alleen maar de hele dag op de racefiets zitten en dat dat nu ook nog niet de bedoeling is.
Tom blijkt een echte verhalenverteller, zijn schitterende anekdotes worden veelal onderbroken door zijn eigen schaterlach. Zo vertelt Tom ook dat we een keer keeper Tsjerk Ates Oosterhof mee hadden uit een jonger team als veldspeler. Als kleine vereniging zijnde gebeurde dat regelmatig. Het bijzondere deze keer was dat Tsjerk Ates bij een hoge voorzet deze prachtig met zijn beide handen uit de lucht plukte en deze vervolgens keurig aan de verbaasde Tom overhandigde.
Iets wat diepe indruk heeft gemaakt op de spelers is het onverwachte overlijden van de heit van Durk op de donderdag voor de kampioenswedstrijd in Kootstertille in mei 1984 en dat Durk wel aanwezig was en ook speelde deze wedstrijd zo vertelt Klaas als het zijn beurt is. Als dit verhaal is vertelt valt frou Kroodsma voor het eerst even stil en is nu nog zichtbaar aangedaan door deze verdrietige gebeurtenis die een van haar spelers destijds is overkomen. Ze kan en wil er verder op dat moment niks meer over kwijt, haar gezichtsuitdrukking spreekt boekdelen.
Verdediger Jan werkt bij de Politie vertelt hij. Jan stond vroeger bekend als zijnde een ‘bloedsnelle’ verdediger met lange benen. Bij diepteballen van de tegenstander achter de verdediging was er nooit paniek, want dan ging Jan er wel even achteraan om de bal terug te halen. Jan vertelt ook over zijn beenbreuk in een uitwedstrijd bij v.v. Leeuwarden naast het oude Cambuurstadion en dat zijn moeder dit al voorspelt had. “Do giest der altiten sa mâl yn” waren de woorden van de moeder van Jan destijds en zij durfde daarom ook niet bij wedstrijden te komen kijken. Het advies van de arts aan Jan was om na deze gecompliceerde breuk niet meer te gaan voetballen, omdat een nieuwe breuk tot invaliditeit zou kunnen leiden. Jan herinnert zich ook nog dat een van de Leeuwarder spelers een opmerking maakte over de ‘zogenaamde’ blessure van Jan en dat toen de vlam in de pan sloeg.
Trainer Jan Dolstra ter sprake
Als voormalig jeugdtrainer van het team Jan Dolstra ter sprake komt, vertelt frou Kroodsma dat Jan invalide is geraakt. Na dit verhaal is het even een poosje stil in de woonkamer van het echtpaar Kroodsma. Jan was een geliefde trainer bij de spelers. Toen Jan, die ook grensrechter was in het betaalde voetbal in Ie woonde, trainde hij vaak jeugdteams van Oostergo en floot hij ook wel wedstrijden. Ook heeft Jan een tijdje het 1e elftal getraind, toen toenmalig hoofdtrainer Teun Teitsma een zwaar auto-ongeluk had gehad op weg naar een training op de Wâlddyk onder Ie.
Wat van die periode dat Jan als interim hoofdtrainer is blijven hangen is, dat hij tijdens de eerste training meteen zei dat de jongens wel konden voetballen, maar fysiek niet fit genoeg waren. Dat hebben de spelers geweten, omdat de trainingen de weken daarna enorm zwaar waren. Tom vertelt over Jan als jeugdtrainer en dat het voor ons als jongens apart was dat hij ons trainde en we hem bij Studio Sport ook wel op televisie zagen. Jan nam van zijn buitenlandreizen als grensrechter altijd dingen als sleutelhangers, stickers en dergelijke mee voor de spelers, voegt Gert daar nog aan toe. Prachtig was dat natuurlijk!
Over een andere jeugdtrainer van de ploeg, Tiemen de Vries komt Tom nog met het verhaal dat Tiemen een auto had die meerdere achteruitversnellingen had… Dit herinnert echter geen van andere aanwezig spelers zich. Sjoerd weet nog dat Tiemen een hele innovatieve corner had bedacht en dat we daar veel goals uit maakten. Het verhaal wil dat deze ‘Tiemencorner’ later stiekem gekopieerd is bij S.C. Heerenveen.
Spits Mark herinnert zich dat het een rustig team was en dat er veel werd gewonnen, maar ook het fanatisme van Bote en frou Kroodsma. Mark vertelt ook dat hij bij de Coopertesten van Jan Dolstra vaak “binnentroch” ging tot grote ergernis van Jan. Die dan ”de hel ynhie”.Mark beschikte destijds over het hardste schot van heel Fryslân weet Klaas nog.
Naar de tweede klasse
Het rondje langs de spelers zit er bijna op. Foppe vertelt nog over hoe frou Kroodsma altijd vertelde wie waar woonde als we op weg waren naar een uitwedstrijd en dat wij dat als kinderen van 10 jaar en jonger soms wel wat overbodige informatie vonden, we kenden die mensen immers niet. Aanwezige zoon Willem Albert voegt hieraan toe dat ze dat nu nog steeds doet. Ook vertelt Foppe dat hij op latere leeftijd nog keeper is geworden door een gebrek aan voetbalkwaliteiten, maar nog wel 11 jaar als keeper in het 1e elftal heeft gespeeld en daar ook de succesjaren van dit team heeft meegemaakt.
Op een gegeven moment speelde het 1e elftal van de vereniging zelf in de 2e klasse en werden wedstrijden tegen “grote” clubs als Buitenpost en Be Quick gewonnen. De spelers herinneren zich van die periode ook nog dat als Foppe zijn maat 45 tegen het leer aanzette, de aanwezige moeders langs de lijn hun kleine kinderen naar zich toe trokken. De uittrappen van Foppe in die tijd waren berucht en legendarisch, omdat vooraf altijd voor iedereen volledig onduidelijk was waar deze terecht zouden komen, voor zover dan dat deze vaak insloegen op het dak van de kantine, in naastgelegen aardappelpercelen terechtkwamen of op het kaatsveld belanden.
It hie noch better kinnen – Frou Kroodsma
“It hie noch better kinnen”. Daar sluit frou Kroodsma mee af nadat het rondje langs iedereen is geweest. Deze woorden gebruikte Bote vaak tegen Durk na een wedstrijd zo vertelt frou Kroodsma. Samengevat is deze uitspraak van Bote wel treffend geweest over hoe de bevlogen begeleiding en fanatieke coaching altijd heeft plaatsgevonden. Niet te snel tevreden zijn over eigen prestaties, maar kritisch zijn op jezelf en het maximale van jezelf vragen. Deze veeleisende directe aanpak is echter altijd onderhevig geweest aan enorme betrokkenheid, een eerlijke en open benadering en oprechte zorg die frou Kroodsma altijd naar haar spelers toe heeft gehad.
Stuur je tip, video of foto's naar:
0511-441202 of nieuws@rtvnof.nl.