Norbert Stellaard uit Boelenslaan over plotselinge dood zoon Jop (20): “Ik huil nog iedere dag”
BOELENSLAAN – Hoe ga je om met de plotselinge dood van je kind? De 20-jarige Jop Stellaard uit Boelenslaan kwam november vorig jaar om het leven bij een eenzijdig ongeluk ter hoogte van Rottevalle. Zijn vader Norbert uit Boelenslaan verwerkt zijn verdriet door er op social media openhartig over te schrijven: van het slechtnieuwsgesprek met de politie tot de pijnlijke reacties op sociale media. “Erover schrijven helpt mij m’n verdriet te verwerken”, zegt hij tegen RTV Noord.
Laatste beelden
“Daar loop je dan, letterlijk ons leven uit”, schrijft Norbert Stellaard in een post op LinkedIn. “Dit zijn de laatste beelden die ik nog van je heb. De laatste beelden waarop je nog levend te zien bent.” Bij deze post van eind december zit een filmpje. Daarop is te zien hoe zoon Jop van de oprit vanaf zijn ouderlijk huis in Boelenslaan naar zijn auto loopt. “Tien minuten later overleed je”, schrijft Stellaard erbij.
Het is een van de vele posts op LinkedIn en Facebook die Norbert Stellaard gewijd heeft aan het overlijden van zijn zoon Jop. “Ik deel heel veel, omdat ik dat nodig heb in mijn rouwverwerking. Ik schrijf de emotie en het verdriet als het ware van me af. Het relativeert.” “Wat we weten is dat Jop wat te hard over De Boppeste in Rottevalle heeft gereden. Die weg was wat vochtig. In een flauwe bocht is-ie met het rechterwiel in de berm gekomen.” “Hij heeft toen te hard aan het stuur getrokken om de auto terug de weg op te krijgen. De auto is daarop om z’n as gaan tollen en achterstevoren tegen een boompje geknald.” Door die klap brak Jop zijn nek en meerdere botten. Hij is op slag dood. Doordat de auto in het water belandt, vliegt de auto niet in brand. “Daardoor konden we met een open kist afscheid van hem nemen.”
Politie aan de deur
Wat hij nog die 29e november, de dag dat het ongeluk gebeurde, weet? “Alles. Iedere seconde, elk detail. Tot en met de punten en komma’s van het gesprek.” “Ik weet nog precies hoe die ene agent stond en naar me keek. Ik vond hem wat bozig. ‘We zijn op zoek naar de ouders van Jop Stellaard’, vroeg-ie wat boos. Ja, ik ben z’n vader, wat is er aan de hand?” “‘Bent u alleen?’, wilde hij weten. Ik weet nog dat ik vroeg wat Jop had gedaan, tot driemaal toe. Ik dacht namelijk eerst dat Jop was doorgereden na een ongeval. Maar nee. ‘We vermoeden dat Jop betrokken is geweest bij een ernstig ongeluk’, kreeg hij daarna te horen.
“Wat bleek nou. Ze waren nog niet helemaal honderd procent zeker dat het om Jop ging. Ze hadden z’n ID gevonden op het fietspad, maar Jop lag in het water, en ze konden niet bij hem komen, zei die agent.” “De reden dat ze toch al voor m’n deur stonden, omdat er 112-fotografen foto’s hadden gemaakt, die waarschijnlijk razendsnel de socials op zouden gaan, en die wij zouden kunnen zien. Dat wilden ze voor zijn.”
Stellaard heeft zo zijn bedenkingen bij de werkwijze van de 112-fotografen: “Niet charmant, laat ik het zo formuleren.” Sophie, de moeder van Jop, was niet thuis toen de politie voor de deur stond. “Die was boodschappen doen in Drachten, samen met m’n dochter. Dus ik belde haar en zei: ‘Geen vragen, onmiddellijk thuiskomen.’ “Op weg naar huis kwamen ze langs de wegafzetting van het ongeluk. ‘Dat zal toch niet onze Jop zijn?’, zei m’n dochter nog… Eenmaal thuis zag ik m’n vrouw op de keukenvloer in elkaar zakken. Zoiets had ik nog nooit gezien.”
Wie was Jop?
Jop stond volgens zijn vader middenin het leven. “Vrolijk, praatgraag, had al vier jaar een relatie met Pascalle. Een hele sociale jongen. Hij zat sinds anderhalf jaar op de Hanze in Groningen, en daar deed-ie Creative Media and Game Technologies. Daar had-ie het geweldig naar z’n zin.” “Op de Hanze komt de hele wereld studeren, jongeren vanuit alle hoeken en gaten. En Jop was degene die zo iemand dan op sleeptouw nam, de stad Groningen, de Nederlandse cultuur in.” “Wat Jop deed, was zorgen dat je je als nieuweling helemaal welkom en thuis voelde, in een vertrouwde omgeving. Jop was met recht een échte verbinder, dat krijgen we nu nog steeds elke dag te horen.”
Al eerder zoon verloren
Stellaard: “We hebben al eerder een zoon verloren. Op kerstavond 2001, vlak na z’n geboorte. Timo.” “Nadat mijn vrouw op de keukenvloer in elkaar was gezakt en ik haar overeind had geholpen, keken we elkaar in tranen aan en vroegen: ‘Wat doen wij verkeerd, dat wij twee kinderen moeten wegbrengen. Waar hebben wij dit aan verdiend?” Het verlies is nog elke dag zwaar. “Ik huil nog elke dag, ja. Je kunt niet bij het besef dat het echt waar is. Dat-ie nooit meer thuiskomt, dat-ie nooit meer hier aan tafel zit, dat je ‘m nooit meer door z’n haren kunt strijken. Die mismomenten druppelen iedere dag weer even binnen, en dan breek je weer even af. En dat kan om iets heel kleins zijn.”
Nog niet weer aan het werk
Overigens begrijpt lang niet iedereen het verdriet van de vader. Sommigen vinden bijvoorbeeld dat hij allang weer aan het werk zou kunnen en dat je er niet in moet blijven hangen. Met thuis zitten krijg je Jop tenslotte ook niet terug, kreeg hij te horen. Maar werken doet hij dus ook nog niet, welnee. ‘Dat gaat helemaal niet, joh. Ik zit in de commercie en de eerste de beste klant die vervelend doet scheld ik verrot. Dan denk ik: Rot op, ga je druk maken om belangrijke zaken. Nee, dat komt niet goed. Jij en ik hebben nu dan een goed gesprek, maar ik kan op dit moment niemand garanderen dat ik langer dan een uur goed functioneer.’
Stuur je tip, video of foto's naar:
0511-441202 of nieuws@rtvnof.nl.