Provincie onderzoekt gevolgen van dijkdoorbraak
Friesland, Groningen en Rijkswaterstaat willen onderzoeken wat er gebeurt als de dijken breken en het wassende water de provincie binnenkomt. Zo willen ze weten welke gebieden het snelst onderlopen, hoe snel dat gebeurt en vooral hoe hoog het water komt te staan.
Friesland, Groningen en Rijkswaterstaat willen onderzoeken wat er gebeurt als de dijken breken en het wassende water de provincie binnenkomt. Zo willen ze weten welke gebieden het snelst onderlopen, hoe snel dat gebeurt en vooral hoe hoog het water komt te staan. Met die gegevens wil de provincie een beter rampenplan maken en de discussie aangaan over het nut van de tweede waterkering, die als buffer dient wanneer de grote dijken springen.
‘De kans op een doorbraak van de Friese en Groningse zeedijken is normaal gesproken niet groot. Een overstroming met slachtoffers en schade is echter nooit geheel uit te sluiten’, laat de provincie weten. Met de verzamelde gegevens hoopt de provincie dat er bij een doorbraak snel gereageerd kan worden.
Er is in Nederland al lange tijd discussie gaande of de huidige dijken wel sterk genoeg zijn om de stijging van de zeespiegel aan te kunnen. Hoewel ze nog wel een tijdje meegaan, komt het water in de loop van de jaren wel zo hoog te staan dat politici zich nu al zorgen maken over de kwaliteit van de dijken. Het onderzoek van de provincies kan een belangrijke rol spelen in de discussie over hoe we het water in de toekomst kunnen weren.
Stuur je tip, video of foto's naar:
0511-441202 of nieuws@rtvnof.nl.