Rechter: gemeente Dantumadiel mocht grond direct verkopen
DAMWÂLD – De rechtbank Noord-Nederland heeft geoordeeld dat de gemeente Dantumadiel een stuk grond in Damwâld direct mocht verkopen aan twee omwonenden. Een buurtbewoner maakte bezwaar tegen de verkoop en vond dat de gemeente de grond openbaar had moeten aanbieden. De rechter oordeelde dat dit niet nodig was. De vorderingen van de eiser, die de verkoop aan twee straatgenoten wilde tegenhouden, zijn afgewezen. De gemeente is daarmee in het gelijk gesteld.
De gemeente Dantumadiel werkt sinds 2019 aan het nieuwbouwplan Prikkebosk in Damwâld. In dit plan is ruimte opgenomen voor tuinuitbreiding bij bestaande woningen. Dat mag alleen onder duidelijke voorwaarden, zoals binnen dezelfde zogenoemde ‘landschappelijke kamer’ en direct aansluitend aan bestaande tuinen.
In november 2025 maakte de gemeente bekend dat zij meerdere stukken grond wilde verkopen. Volgens de gemeente kwamen alleen de bewoners van deze woningen in aanmerking voor aankoop, omdat alleen zij direct aan het perceel grenzen. De gemeente publiceerde dit voornemen en gaf belangstellenden twintig dagen de tijd om te reageren of naar de rechter te stappen.
De eiser reageerde binnen deze termijn per e-mail. Hij vond dat de gemeente zich niet aan de zogenoemde Didam-regels hield. Deze regels schrijven voor dat overheden bij verkoop van grond gelijke kansen moeten bieden, tenzij er maar één serieuze kandidaat is.
Alleen buren zijn serieuze kandidaten
De voorzieningenrechter stelde vast dat de eiser wel op tijd had gereageerd en daarom ontvankelijk was in zijn bezwaar. Toch kreeg hij inhoudelijk geen gelijk. Volgens de rechter mocht de gemeente aannemen dat alleen twee andere bewoners serieuze gegadigden waren. De rechter wees erop dat het om een smalle strook grond gaat die alleen geschikt is als tuinuitbreiding voor deze twee woningen. Het perceel grenst slechts met een korte zijde aan het erf van de eiser. Bovendien ligt er een elzensingel tussen zijn perceel en de te verkopen grond, die moet blijven bestaan. Daardoor is het perceel niet bereikbaar vanuit zijn tuin en kan het voor hem geen echte tuinuitbreiding zijn.
Ook speelde mee dat het gemeentelijk beleid duidelijk is vastgelegd in het bestemmingsplan. Daarin staat dat tuinuitbreiding alleen is toegestaan voor woningen die aan de kop van een landschappelijke kamer liggen. De woning van de eiser voldoet daar niet aan. De gemeente had hem hierover al in 2023 geïnformeerd.
De rechtbank oordeelde daarom dat sprake is van een uitzonderingssituatie zoals bedoeld in de Didam-regels. In zo’n geval is een openbare verkoopprocedure niet verplicht. Dat de motivering van de gemeente kort was, vond de rechter niet doorslaggevend. De vorderingen van de eiser zijn afgewezen. Hij moet de proceskosten van de gemeente betalen, in totaal 1.626 euro. De grond is nog niet geleverd, maar de gemeente mag de verkoop nu voortzetten.
Stuur je tip, video of foto's naar:
0511-441202 of nieuws@rtvnof.nl.